Van helikopterpiloot naar projectmanager
“In 1975 wilde ik helikopterpiloot worden, maar ik werd afgekeurd omdat ik kleurenblind ben. Op advies van mijn vader solliciteerde ik voor een baan in de automatisering. Mijn vader was elektromonteur in de scheepsbouw, maar voorzag dat computers steeds belangrijker zouden worden voor de samenleving.
Ik had geen idee wat een computer was en wat een computer kon. Toch solliciteerde ik en werd aangenomen. In 1984 trad ik in dienst bij Cap Gemini. Zij wilden zich meer richten op het ontwikkelen van softwaresystemen. Informatici waren schaars te vinden. Ze namen mensen aan met universitaire opleidingen in bijvoorbeeld geologie of diergeneeskunde. Ik was degene die deze mensen begeleidde. Zo werd ik projectmanager, de eerstverantwoordelijke voor een project met weinig kennis en ervaring.”
“IPMA is competentiegericht en daarmee onafhankelijk van welke methode of techniek je ook gebruikt”
IPMA als blijvertje
“Ik hoorde voor het eerst van IPMA in 2002. Aanvankelijk was ik sceptisch. Ik had namelijk al zoveel methoden in mijn rugzak zitten, dat ik dacht: wat kan IPMA dan nog toevoegen? Een accountant met wie ik veel samenwerkte, vertelde me dat IPMA methode-onafhankelijk was. Dat maakte me nieuwsgierig.
Toen ben ik me erin gaan verdiepen, heb mijn certificaten gehaald en wist: ja, dit is een blijvertje. IPMA is competentiegericht en daarmee onafhankelijk van welke methode of techniek je ook gebruikt. Ik gaf op dat moment al veel projectmanagementtrainingen, maar ben me daarna volledig gaan richten op IPMA.”
IPMA: de spiegel voor projectmanagers
“Het mooie aan IPMA vind ik dat het mensen een spiegel voorhoudt: waar sta jij op dit moment in je ontwikkeling als projectmanager? Waarom doe je wat je doet? Veel mensen draaien op de automatische piloot. Een training als IPMA zet je stil en maakt je bewust van je groei als projectprofessional. Aan de ene kant van de dingen die al goed gaan en aan de andere kant waar je stappen kunt zetten.
Bij IPMA-C en IPMA-B zit ook een praktijkgedeelte. Eén van de opdrachten is een rapport schrijven over je projecten als projectmanager en aangeven: hoe ben je omgegaan met leiderschap, teamwork, onderhandelen en conflicthantering? Geef maar eens voorbeelden. Dan moeten ze echt bij zichzelf inchecken; hoe doe ik het eigenlijk?
Soms hebben mensen een beeld van zichzelf dat in de praktijk niet klopt. Zo vertelde iemand me een keer een dienend leider te zijn. Ik vraag dan: oké en wat betekent dat, een dienend leider zijn? En op het moment dat iemand in je team dwarsligt, ben je dan nog steeds een dienend leider? Of ben je dan een ander type leider? Die situatie wil ik horen, dat wil ik lezen. Want daar ontstaan de echte inzichten.”
“Een training als IPMA zet je stil en maakt je bewust van je groei als projectprofessional”
Training geven: de entertrainer voor de groep
“Het leukste van trainingen geven vind ik dat je mensen helemaal mee kunt nemen in je verhaal. Ik denk dat je in de eerste plaats entertrainer bent. Jij bent degene die de stof tot leven brengt. Door anekdotes te vertellen, voorbeelden te geven uit de praktijk en interactieve oefeningen te doen. Ook vind ik het leuk om mensen uit te dagen. Om ze de ervaring te geven van ‘goh, van die kant had ik het nog nooit bekeken!’
Dat is ook meteen wat mijn trainingsdag geslaagd maakt. Dat iemand na afloop naar me toekomt en zegt: ‘Joh, dit inzicht heeft me zó veel gebracht!’ Maar ook als iemand dankzij de training van functie verandert. Zo heb ik een keer een vrouw getraind die na afloop manager is geworden van alle projecten. Ik weet nog dat ik echt ontzettend trots op haar was.
Want uiteindelijk is dat waarvoor je het doet: mensen betere projectmanagers maken!
Projectmanagement in de praktijk
“Ik ben heel doelgericht en resultaatgericht. Je zou kunnen zeggen dat projectmanagement in mijn DNA zit. Ik gebruik deze drive in mijn werk, maar ook privé. Mijn jongste dochter wilde heel graag een spinningschool. Ze gaf al les in Amsterdam, Heiloo en Hoorn. Ik geloofde in haar, dus zijn we samen allerlei locaties gaan bekijken.
Uiteindelijk vonden we een geschikte locatie. De spinningschool moest in 2 maanden klaar zijn. De hele studio moest gestript worden. Ook moest het helemaal geluiddicht worden gemaakt met speciale akoestische materialen uit China. En dan had je nog de kluisjes, de kleedkamers, de hele inrichting, de airco, het afzuigsysteem… alles moest binnen die 2 maanden.
Ik heb 60 dagen lang van half 8 tot half 5 gewerkt. Mijn buurman, mijn broer en mijn zwager hebben ook meegeholpen. Precies, tot op de dag nauwkeurig, hebben we het binnen die 2 maanden gerealiseerd. Inmiddels is mijn dochter 4 maanden open en draait 4 keer zo veel omzet als we hadden voorzien. Iedere les zit vol met 30 deelnemers. Ze heeft zelfs een wachtlijst met 20 mensen waar nu geen plaats voor is. Het is een onvoorstelbaar groot succes!
Maar de weg daarnaartoe kende ook tegenslagen, bijvoorbeeld fietsen die niet geleverd werden. Pas na een formele ingebrekestelling en dreigen met een incassobureau, stonden de fietsen op de stoep. Alleen waren nu de bijbehorende schoenen nog niet geleverd! Dus weer: bellen, bellen en nog eens bellen.
Mijn visie op projectmanagement? Ga ervoor. Je hebt een helder doel voor ogen wat je wilt bereiken. Wat moet je doen om daar te komen? Wat moet je dan neerzetten? Je hebt mensen die als het lastig wordt, de handdoek in de ring gooien. De welbekende ja sorry, ik kan er ook niks aan doen.
Dit is júist het moment dat je als projectmanager op kan staan. IPMA ondersteunt je hierbij, het leert je een andere manier van denken en aanpakken. Dat maakt IPMA zo bijzonder.”
“Projecten begeleiden is anticiperen op wat komen gaat. Én dus ook handelen als je kunt handelen”
Belangrijk: wacht niet af
“Wat ik als tip zou willen meegeven? Stel niet uit tot morgen wat je vandaag kan doen. Dit lijkt een open deur, maar ik zie om me heen vaak gebeuren dat mensen wachten tot het állerlaatste moment dat iets kan. En tja, als er dan net iets onverwachts gebeurt, krijg je de ‘ja sorry, ik kan er ook niks aan doen’.
Projecten begeleiden is anticiperen op wat komen gaat. Én dus ook handelen als je kunt handelen. Zo vertelde een projectmanager me laatst over een leverancier die artikelen zou leveren op een bepaalde datum, maar dat niet deed. De projectmanager is naar de directeur gestapt en er is een nieuwe datum afgesproken. Maar op die nieuwe datum? Gebeurde er wéér niks.
De projectmanager verwachtte min of meer dat ik hem advies zou geven wat hij tegen de leverancier zou kunnen zeggen. Maar in plaats daarvan vroeg ik: ‘Wat heb jíj gedaan?’ Hij keek me een beetje verbaasd aan. Ik vervolgde: ‘Hoe doe je dat naar medewerkers? Wacht je tot de deadline voorbij is en vraag je dan: heb je de spullen? Of heb je wekelijks voortgangsgesprekken?’ Toen viel het kwartje bij de projectmanager.
Dat inzicht probeer ik mensen bij te brengen. Op het moment dat je ziet: hé, dat kan ik nu wel doen, dan doe je het meteen. Aan jou als projectmanager de taak om sterk te anticiperen op wat er kan gebeuren, op de risico’s. Dat vind ik een heel belangrijke vaardigheid van een projectmanager, wacht niet af.”
Leven
“Mijn motto, stel niet uit tot morgen wat je vandaag kan doen, is ook hoe ik leef. Dus plannen maken voor over 10 jaar, dat vind ik nutteloos. Als ik iets wil doen, dan doe ik het en ga ik er helemaal voor. Het leven is geen generale repetitie, ik leef nú. Ik vind het leuk om te fietsen samen met mijn vrouw. We fietsen naar Berlijn, Barcelona, Oostenrijk, Zweden en Denemarken. We genieten ontzettend van het gevoel van vrijheid dat dat met zich meebrengt.
Verder vind ik het belangrijk om iets bij te dragen aan de maatschappij. Ik geef judoles aan kinderen en jongeren met een beperking. Dat doe ik al jaren. Ook ben ik judoscheidsrechter. En in de zomermaanden geef ik fietslessen voor de gemeente Hoorn. Het gaat erom dat mensen zo lang mogelijk mobiel blijven. Vaak hebben ze angst voor allerlei dingen, voor paaltjes of voor tegenliggers. Daar help ik ze doorheen.”
Wat maakt jouw IPMA-trainingen anders?
“Ik ben ruim 15 jaar projectmanager geweest en heb veel fouten gemaakt. Van fouten maken kun je het meeste leren, dus daar vertel ik dan ook smeuïg over. Nadat ik mijn verhaal heb gedeeld, vraag ik aan andere deelnemers: wat zouden jullie in mijn situatie hebben gedaan? Het leukste vind ik als iemand dan zegt: ‘Ik snap níét dat je dat hebt gedaan!’ Die anekdotes maken een training leuk én de kennis blijft veel beter hangen bij mensen.
En wat ik net al zei; je bent geen trainer om alleen maar theorie door te geven. Je moet mensen vermaken. Een slideshow van 125 slides in een dag erdoorheen rammen beklijft niet. Je moet het levendig maken en interactief. Als je het toespitst op competenties en mensen laat oefenen en reflecteren, dan leren ze echt wat.”
“Trainingen moet je levendig en interactief maken, dan blijft kennis veel beter hangen”

